Ontwerp een vergelijkbare site met WordPress.com
Aan de slag

Boekenfeestmaan

Foto door Stanny Correwyn – malleleeft.be

Twee dagen voor mijn boekvoorstelling krijg ik een aanval van het impostersyndroom. Gelukkig stuurt Hellen me dezelfde middag een bericht. Ze schrijft dat ze Feniks Lichtjes op iets meer dan een dag heeft uitgelezen. Hierdoor krijg ik de grond onder mijn voeten terug. Of ik capabel genoeg ben om een interview te geven voor een volle zaal kan ik niet voorspellen, maar ik heb tenminste een goed boek geschreven, dat is toch al iets.

Als ik twee dagen later de zaal betreed en meer dan honderd stoelen zie klaarstaan, geloof ik niet dat al die mensen effectief zullen komen. Het is gemakkelijk om je in te schrijven voor een gratis event en op de dag zelf toch te beslissen dat je iets beters te doen hebt. Bovendien krijg ik al de hele dag berichtjes van vrienden die laten weten dat ze er helaas niet bij kunnen zijn. Daar krijg ik dus stress van, hè mensen! Jullie excuses zijn valabel en ik zie jullie nog even graag, maar het is echt beter om me pas de dag nadien de reden van jullie afwezigheid mee te delen.

Hoewel ik van de zenuwen amper heb kunnen eten, voel ik me op een bepaalde manier ook kalm. Gefocust. Klaar om iets te doen wat ik nooit eerder gedaan heb.

De aankomst

Tot vlak voor de aanvang van het event zijn we bezig met het decoreren van het podium en het klaarzetten van de hapjes. En dan beginnen de mensen binnen te druppelen. Ik probeer iedereen persoonlijk te begroeten, maar het is overweldigend. Ik kén al die mensen (of toch de meeste). Ik wil iedereen aandacht geven, maar dat gáát gewoon niet. Ze zijn met zoveel.
Wonderlijk. Onwerkelijk. Mensen uit al mijn verschillende werelden komen hier samen: oude vrienden, nieuwe vrienden, kennissen uit de ondergrondse uitgaanswereld, klasgenootjes van PRH-cursussen,  collega’s, leners van de bib, leden van de leesgroep, de godsdienstlerares die mijn leven redde, de beroemde auteur Luc Descamps en zelfs de burgemeester én de ereburgemeester van Malle.

Ooit had ik een bijna-doodervaring. Toen vielen alle dingen die ik ooit had meegemaakt samen in één moment. Het zou te ver gaan om te beweren dat wat ik nu ervaar net zo is, maar het komt aardig in de buurt. Ik besef dat ik hier niet moet proberen een rolletje te spelen. Deze mensen kénnen mij, ze kennen allemaal een ander stukje van mij. Ik heb geen andere keuze dan alle maskers af te werpen en mijn ware gezicht te laten zien.

De mooie woorden van Marita

Het is de eerste keer dat ik mijn uitgever, Marita Vermeulen, in levenden lijve ontmoet. Dit is de vrouw die Feniks Lichtjes uit haar mailbox vol manuscripten viste, het verhaal met haar opmerkingen en suggesties naar een hoger niveau tilde en ervoor zorgde dat mijn wilde ideeën een echt boek werden.
Wanneer Marita op het podium staat en haar mooie woorden spreekt, gloei ik van trots en  dankbaarheid. Het is geen alledaagse ervaring om mensen te horen spreken over wat jouw werk bij hen teweegbrengt. Ik kende dit stuk van het verhaal nog niet. De bodem onder mijn voeten wordt steviger.

Marita Vermeulen van De Eenhoorn – foto door Stanny Correwyn

In the spotlight

Van nature ben ik timide. In de bib heb ik geleerd met allerlei soorten mensen om te gaan, dus tegenwoordig heb ik nog weinig last van verlegenheid. Sociale interactie boezemt me al lang geen angst meer in. Maar voor een volle zaal mijn zegje doen is toch nog iets anders. Volgens het alwetende internet hebben mensen vaak meer angst voor spreken in het openbaar dan voor de dood. Begrijpelijk.
Om goed voorbereid te zijn heb ik een Youtube-filmpje bekeken over hoe je zelfvertrouwen moet uitstralen. Als ik mijn lichaam in een open, ontspannen houding zet, zal het gevoel wel volgen. Hoop ik.

Op het moment dat ik het podium betreed, ben ik helemaal op mijn gemak. Mijn strategie lijkt te werken. Of misschien is het toch vooral mijn collega Lotte Leenaerts (ook een schrijver, een hele goeie zelfs, check haar feelgoodroman Trouw die eerder dit jaar verscheen) die voor een ontspannen sfeer zorgt. Ik zit hier niet alleen. Terwijl ze me interviewt, is het alsof we een praatje maken aan de balie van de bibliotheek. Het enige verschil is dat er nu publiek bij zit. En dat doet wel wat. Het gevoel van alle aandacht die op mij gericht is, is moeilijk te beschrijven. Licht, liefde, nieuwsgierigheid, vertrouwen, verbondenheid. Het geeft me een kick als het publiek lacht. Want dat is toch vooral wat ik wil bereiken, dat de mensen zich amuseren.

De vragen uit de vragendoos en uit het publiek zijn soms best moeilijk.
‘Hoe buitenaards moet je zijn om een schrijver te zijn?’ en: ‘Wat is jouw visie op het leven?’
Pataat. Moet ik daar even een zinnig antwoord op improviseren.
Maar dat lukt wonderwel.
Natuurlijk zouden mijn antwoorden beter geweest zijn als ik er langer over had kunnen nadenken, maar het is zinloos om daarbij stil te staan. Het is goed zoals het is.

Lotte Leenaerts en ik – foto door Stanny Correwyn

Iris leest voor

Na het interview is leest Iris Crynen (van iRis – samen vinden we de woorden) een stukje voor. Deze sprankelende dame volgde samen met mij de schrijfworkshop van Rudy Soetewey en was een van mijn testlezers. Ze is het gewend om voor publiek te spreken, dat merk je meteen, al is een boekvoorstelling toch iets anders dan een begrafenis.
Ik had geen betere voorlezer kunnen kiezen. Het is alsof ik het eerste hoofdstuk van mijn boek voor het eerst hoor. Hopelijk zal dit de mensen nieuwsgierig maken naar het vervolg.

Iris Crynen – foto door Lotte Leenaerts

Signeren

Tenslotte is het tijd voor de signeersessie. Nu kan ik eindelijk een persoonlijk gesprekje  voeren met de aanwezigen, toch met degenen die het zien zitten om aan te schuiven in de rij. Die rij is lang. Er is zelfs iemand die al acht hoofdstukken van het boek gelezen heeft voor ze bij mijn tafeltje aankomt. Ik heb de indruk dat de sfeer wel goed zit en dat er gezellige praatjes gemaakt worden. Van de rest van het feest krijg ik niet veel mee, want signeren vergt enorm veel concentratie. Tijdens het interview hield ik zonder problemen mijn kop erbij, maar nu begint mijn brein te falen.
‘Doet je hand nog geen pijn?’ wordt me verschillende keren gevraagd.
Mijn hand houdt het prima vol, mijn schrijfspieren zijn getraind. Het is mijn hoofd dat het laat afweten. Ik vergeet de namen van mijn eigen vrienden. Mijn nederige excuses daarvoor. Wanneer ik zoveel prikkels tegelijk moet verwerken, verdwaal ik  soms in mijn chaoskop. Dan kan ik de informatie die ik op dat moment nodig heb, gewoon niet vinden. Ik verlies ook elk besef van tijd. Het is een wonder dat ik mijn eigen naam nog kan schrijven. Ik hoop oprecht dat ik geen domme spelfouten gemaakt heb. Anders mogen jullie die verbeteren met een rode pen.

Krisje en ik – foto door Sam Devos

Ik probeer de glitch in mijn systeem te accepteren. Soms bots ik tegen de grenzen van mijn brein aan. Los van die botsing was het een heerlijke avond.
Mijn lerares zegt dat ze trots is op mij. Van mijn collega’s krijg ik bloemen. De zaal is bijna opgeruimd.
Sven, die vandaag nog harder heeft gewerkt dan ik, brengt de rest van de boeken naar de auto. Carl, van mijn emotional support team, die speciaal tot laatst gewacht heeft, staat naast me in een zelfgetekend T-shirt.

Op het einde van de avond sta ik hier gewoon wat te staan met een bos bloemen in mijn handen. Mijn hoofd is leeg, mijn hart is vol. Slapen zal vannacht niet lukken.

Sven, mijn tovenaar, mijn muze, mijn allerliefste – foto door Stanny Correwyn
Advertentie

Gepubliceerd door Raya Schaduwjaagster

Als kind fantaseerde ik over een carrière als koorddanseres tot ik de magie van het alfabet ontdekte. Vanaf dat moment wist ik dat ik wilde schrijven.

7 gedachten over “Boekenfeestmaan

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: